FAQs
Hoe kies ik de talen voor de tests?
Voor vergelijkende onderzoeken:
Bij het invullen van het inschrijvingsformulier moet u kiezen in welke talen u de tests wilt afleggen. Voor de meeste vergelijkende onderzoeken moet u twee verschillende talen kiezen (taal 1 en taal 2), zoals vermeld in de aankondiging van het vergelijkend onderzoek onder het kopje “In het kader van dit vergelijkend onderzoek gebruikte talen”.
U mag meestal zelf kiezen in welke 2 van de 24 officiële EU-talen u de tests wilt afleggen, dus kies de talen waarin u het beste kunt presteren. Bij vergelijkende onderzoeken voor linguïsten kunnen er nog andere specifieke taaleisen gelden. Controleer altijd in de aankondiging van het vergelijkend onderzoek welke regels van toepassing zijn.
Let op: uw taalkeuze kan na de uiterste termijn voor het indienen van sollicitaties niet meer worden gewijzigd.
Voor selectieprocedures voor arbeidscontractanten:
Bij het invullen van uw sollicitatieformulier moet u twee talen opgeven, overeenkomstig de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling:
- Taal 1: moet een van de 24 officiële EU-talen zijn. Hiervan moet u een grondige kennis hebben (ten minste niveau C1).
- Taal 2: moet het Engels, Frans of Duits zijn. Hiervan moet u voldoende kennis hebben (ten minste niveau B2).
Taal 2 moet een andere taal zijn dan taal 1.
De redeneertests worden afgenomen in de taal 1 die u hebt gekozen voor de specifieke selectieprocedure (profiel/functiegroep). Dit kan een andere taal zijn dan de hoofdtaal in uw EPSO-account.
Uw kennis van taal 2 kan worden beoordeeld door de aanwervende diensten tijdens sollicitatiegesprekken en/of bij verdere tests die door deze diensten worden georganiseerd.
Kies uw talen zorgvuldig, want dit moeten de talen zijn waarin u het beste kunt presteren tijdens de selectieprocedure.